Zittend: De Koster, zijn vrouw en zonen Gerard en Johannes. Geflankeerd door twee militairen.
Zittend: De Koster, zijn vrouw en zonen Gerard en Johannes. Geflankeerd door twee militairen. Foto: familiearchief De Koster

Rubriek Bevelands Heem: Een slavenbestaan

Rubriek 67 keer gelezen

In 1910 kocht de 26-jarige Matthijs Cornelis de Koster voor drieduizend gulden het woonhuis met bakkerij aan de Vinkenissestraat 7 te Rilland. Het huis was in 1908 gebouwd. In 1938 werd de bakkerij overgenomen door zoon Gerard. Mathijs ging rentenieren, hij had een aantal woningen gekocht en kon alleen al van de huuropbrengst leven. Zijn zoon Gerard zou later zeggen dat het bakkersvak een ‘slavenbestaan’ is. Zijn kinderen mochten bij voorkeur geen bakker worden maar hun talenten gebruiken voor wat ze het liefst wilden worden.

Door Frits de Kaart

In Rilland waren begin jaren zestig van de vorige eeuw nog zes zelfstandige bakkerijen met een bezorgwijk. In 1962 besloten de bakkers in Rilland tot een samenwerking en oprichting van de Centrale Bakkerij De Schelde N.V. In het Zeeuwsch Dagblad van 27 juli 1962 lezen we dat de bakkerij wordt gevestigd in de Burgemeester van Gorselstraat 16a in Rilland. De muziektent moest er voor verdwijnen. De winkels werden filialen van de nieuwe bakkerij. Ook de bezorgwijken werden gesaneerd zodat iedere bakker een afgebakende wijk had. In het zelfde krantenbericht lezen we dat de bakkers een ‘menswaardig bestaan’ wilden. Arbeidstijden van 85 tot 90 uur per week, waarvan vele nachturen, horen daar niet meer bij. 

Al na enkele jaren moest het bedrijf opgeheven worden. Gerard de Koster verdronk samen met de schoonvader van zijn dochter Blanche en haar schoonzusje van dertien jaar op 20 augustus 1964 tijdens een vistochtje met een roeiboot op de Oosterschelde. Haar moeder was reeds in 1962 overleden. Ook een andere bakker overleed. Voor de jonge onderneming was het een te zware opgave om de achtergebleven familieleden uit te kopen. Marjan de Koster werd op haar veertiende wees: “Mijn oudste broer Thijs was net afgestudeerd aan de TH Delft en kwam thuis wonen om voogd te worden voor mij en mijn jongste broer. Opa en opoe leefden beiden nog. Van opa ontving ik nog wel eens wat extra om te kunnen uitgaan of kleding te kopen. Ik denk als een vorm van compensatiegedrag. We ontvingen ook een wezenpensioen.” Marjan kocht het huis van haar broers en zus omstreeks 1971 en woont er nog steeds. 

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie