
Column - Luisteren doe je met je hart
Column 53 keer gelezenKen je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Door Rob Rijkschroeff
Mijn bewondering voor de dichter Huub Oosterhuis is onnoemelijk, maar de zin: ‘Weet jij mij beter dan ik?’ brengt mij telkens weer in verwarring. Een stemmetje in mij zegt: Wat als je weten vervangt door horen? En: wat als je ook kénnen vervangt door horen?
In het verlengde daarvan blijf ik gebiologeerd door de vraag: hoe verhoudt horen zich eigenlijk tot luisteren?
De een opteert voor de oorspronkelijke psalm 139 boven de berijming van Huub Oosterhuis tot het gedicht ‘Ken je mij’, een ander is gegrepen door tekst en zang in de prachtige uitvoeringen van het lied door Huubs dochter Trijntje.
Koning David (ca. 1000 v. Chr.), psalmdichter, bezingt in psalm 139 Gods alwetendheid en alomtegenwoordigheid.
Hij beschrijft dat God hem door en door kent en dat hij daar niet bij kan, bij dat kennen. Het is hem te hoog gegrepen, te wonderlijk. God kent hem beter dan hij zichzelf kent.
Ieder mens wil gekend worden. Ieder mens wil dat een ander hem hoort en verstaat. Dat er naar hem geluisterd wordt ook. Dat hij zelf begrijpt wie hij is.
Eenieder hoopt ooit te zijn wie hij zou willen zijn en dat in woorden te kunnen vangen en uit te spreken naar zichzelf en de ander. ‘Wat is mijn identiteit?’
Horen is het passief waarnemen van geluid. Luisteren doe je actief en bewust.
Luisteren vereist aandacht en interpretatie van wat er gezegd wordt.
Als je hoort, gaat het om jou. Als je luistert gaat het om de ander. Luisteren gaat ook om wat die ander niét zegt. Om de gevoelens, verlangens en emoties die achter zijn of haar woorden verborgen zitten te willen begrijpen.
Luisteren gaat om het verschil
tussen zintuigen en zingeving.
















