
Column - Dikkertje Dap
Column 82 keer gelezenOp 3 juni 1950 verscheen Dikkertje Dap voor het eerst, op de kinderpagina van Het Parool, nog voordat het werd opgenomen in de bundel ‘Het Fluitketeltje en andere versjes’. Het zou het populairste kindergedicht van Annie M.G. Schmidt worden. Daarbij heeft zeker geholpen dat het midden jaren vijftig op muziek gezet is.
Door Rob Rijkschroeff
1778. Hieronymus van Alphen. Jantje zag eens pruimen hangen. Door velen beschouwd als het begin van de kinderliteratuur in Nederland. Literatuur bedoeld én geschikt vóór en gewaardeerd dóór kinderen. Van acht tot achtentachtig zeggen we daar tegenwoordig bij. De aandacht die Van Alphen al in 1778 voor het kind en de kinderziel toonde, is tot ver in de twintigste eeuw nauwelijks geëvenaard.
Het versje over de ondernemende kleuter in Artis is misschien wel het meest bekende kinderdicht van Annie M.G. Schmidt (1911-1995).
Een dikkertje van een jaar of zes klimt ’s morgens vroeg, voor het naar school gaan, op een heel hoge trap. Onvervaard. En dat laatste is waar Dap voor staat: een ‘dappere dikzak’, Dikkertje Dap.
Het is niet leuk om als kind door de andere kinderen als dikkertje uitgemaakt te worden. Dan moet je moed verzamelen om naar school te gaan. Dan heb je iemand nodig om tegen aan te praten, iemand die naar je luistert, iemand met wie je intieme zaken open en eerlijk kunt delen. Zoals het krijgen van rode laarsjes, het leren spellen, rekenen en tekenen, zaken waar het in het leven van een zesjarige wezenlijk om gaat. Wat is er logischer en veiliger om dat iedere ochtend met een giraf te delen?
Een kind blijft een kind natuurlijk. Het dappere dikkerdje wil stiekem en ook wel een beetje stoer bij de giraf van zijn nek afglijden, zomaar voor de grap. Er is tegelijkertijd ook angst dat de grond van Artis een beetje hard zal zijn, wat maar al te waar blijkt te zijn, maar een dappere kerel laat zich niet kennen. Dikkertje heeft een kameraad gevonden die naar hem wil luisteren en met wie hij kan praten.
De veiligheid, de onbezorgdheid, het ontbreken van verantwoordelijkheden. Je zou het ieder kind toewensen. Je zou voor altijd kind willen blijven!















