
Olie langs Westerschelde breidt zich uit: natuurorganisaties maken zich grote zorgen
Algemeen 131 keer gelezenZeeland - De zorgen over de olievervuiling in de Westerschelde nemen verder toe. Wat begon als een incident in de haven van Antwerpen, groeit uit tot een situatie die op meerdere plekken in het Zeeuwse natuurgebied zichtbaar is. In het Natura 2000-gebied worden inmiddels zowel op de zuid- als noordzijde sporen van stookolie aangetroffen.
De lekkage ontstond in de nacht van donderdag 9 op vrijdag 10 april, tijdens het tanken van een schip in de Antwerpse haven. Daarbij kwam stookolie vrij, een dikke en stroperige olie die zich lastig laat beheersen. Via de stroming van de Westerschelde heeft de vervuiling zich vervolgens richting Zeeland verplaatst. Waar eerst vooral zorgen waren over gebieden als het Verdronken Land van Saeftinghe en de Hedwigepolder, is inmiddels ook vervuiling vastgesteld aan de noordoever bij Bath en Waarde. Ook in de haven van Walsoorden en langs delen van de kuststrook is olie zichtbaar geworden. Daarmee wordt duidelijk dat de impact groter is dan aanvankelijk werd gedacht.
De olie gedraagt zich grillig. Op sommige plekken drijft een dunne laag op het water, terwijl elders zwaardere resten als donkere klonten in slikken en schorren blijven hangen. Ook is op meerdere plaatsen een blauwgrijze verkleuring van het water te zien, een teken dat lichtere fracties zich mengen met het oppervlaktewater. Juist doordat de olie zowel boven als onder water voorkomt, is de verspreiding moeilijk precies in kaart te brengen.
Natuurorganisaties zoals Het Zeeuwse Landschap en Staatsbosbeheer maken zich grote zorgen. De Westerschelde is een van de belangrijkste getijdennatuurgebieden van Europa, waar slikken en schorren een cruciale rol spelen voor vogels, bodemdieren en planten. Juist nu, in het broedseizoen, zijn veel soorten extra kwetsbaar. De olie kan de veren van vogels aantasten, het bodemleven verstikken en voedselketens langdurig verstoren.
Volgens betrokken organisaties wordt de situatie continu gemonitord door Nederlandse en Belgische diensten. Daarbij wordt gekeken met schepen, drones en luchtwaarnemingen, maar volledig overzicht blijft lastig door stroming, wind en getij. De verwachting is dat de vervuiling zich nog verder kan verplaatsen.
Ondertussen wordt voorzichtig begonnen met de eerste opruimwerkzaamheden. Op de kwetsbare slikken en schorren is grootschalig machinaal ingrijpen niet mogelijk. Daar zal vooral handmatig worden gewerkt, met beschermende middelen en ondersteuning van mensen die het gebied goed kennen. Ook vanaf het water wordt geprobeerd de olie zo veel mogelijk te verwijderen, al is dat technisch ingewikkeld.
Voor recreanten blijft het gebied toegankelijk, maar er wordt met nadruk gewaarschuwd om geen contact te maken met de olie. Wie toch olie aantreft, wordt gevraagd dit vooral niet zelf op te ruimen maar te melden bij de gemeente of via de daarvoor bestemde kanalen. Ook voor dieren die in aanraking komen met olie wordt geadviseerd om direct contact op te nemen met een dierenarts.
De aanpak in Zeeland is een samenwerking van verschillende partijen aan beide kanten van de grens, waaronder Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, Het Zeeuwse Landschap, waterschappen en Belgische havenautoriteiten. Dagelijks wordt overlegd over de voortgang en mogelijke extra maatregelen.
Wat blijft, is de zorg dat een ogenschijnlijk lokaal incident zich heeft ontwikkeld tot een bredere ecologische bedreiging voor een van de meest waardevolle natuurgebieden van Nederland en België.


















