
Natuurbelevenis: Het jaar van de Steenuil
Vogelbescherming en SOVON hebben dit jaar 2026 als het Jaar van de Steenuil uitgeroepen. Er komt geld beschikbaar om erven in het buitengebied steenuilvriendelijk(er) te maken en men gaat onderzoek doen naar oorzaken waarom het hier en daar in Nederland goed gaat en op andere plekken de steenuilstand achteruit holt. Een van de oorzaken waar landelijk niet veel meer aan gedaan kan worden is het verlies van leefgebied door de aanleg van wegen, uitbreiding van steden en dorpen en de bouw van vakantieparken.
In heel Nederland gaat het slecht met de steenuilpopulaties behalve hier op Zuid-Beveland. Hier komen er ieder jaar nog 3 tot 4 broedparen bij. Op Zuid-Beveland zijn in 19 jaar ruim 300 steenuilnestkasten geplaatst en al 40% wordt door steenuilen gebruikt. Omdat we zoveel mogelijk jonge steenuilen ringen, zijn we in staat om in februari de ringen van de volwassen uitjes af te lezen. Daardoor wordt steeds meer bekend over de individuele uiltjes. Bijvoorbeeld hoe oud ze zijn, met wie ze ‘hokken’ en hoeveel jongen ze al gekregen hebben.
Hoe ziet steenuilbiotoop eruit? Bij voorkeur een bewoond boerenerf, 1 ha groot met enkele hoogstam- of notenbomen, een weiland begraasd door kleinvee, een veedrinkput en voldoende rommelhoekjes om voedsel te vinden. Door zenderonderzoek is vastgesteld dat steenuilen zich met hun voedselvoorziening beperken tot het eigen territorium. Dus waarom het op Zuid-Beveland nog steeds zo goed gaat heeft alles te maken met de beschikbaarheid van dit soort grote erven.
Tussen 1940 en 1980 zijn op alle Zeeuwse eilanden, behalve op Zuid-Beveland, de steenuilen uitgestorven. Van oudsher broedden steenuilen in hoogstamfruitbomen met holtes, knotwilgen en in oude vervallen schuurtjes. Door oorlogshandelingen zoals inundaties, de Watersnoodramp en de grootschalige ruilverkavelingen die daarop volgden verdween dit steenuilbiotoop in rap tempo. Ook was het voor veel steenuilen dan niet meer mogelijk om onderling uit te wisselen.
In hele strenge winters in de vorige eeuw stierven veel steenuilen, na 1963 waren hier op Zuid-Beveland nog maar enkele paren over. Nu de winters van nu daar niet meer mee te vergelijken zijn, is de sterfte tijdens de winters aanzienlijk minder. De natuurlijke broedholtes verdwenen met het kappen van hoogstambomen en knotwilgen maar die holen werden ook minder toegankelijk door de enorme concurrentie van andere holenbroeders zoals kauwen en holenduiven.
Toen ik hier vanaf 2007 in opdracht van de Provincie Zeeland begonnen ben met het plaatsen van steenuilnestkasten op bewoonde erven van boeren- en buitenlui, breidde de steenuilpopulatie zich uit. In 2008 werden nog maar 7 nestkasten door steenuilen gebruikt, nu zijn dat er al 72 verspreid over Zuid-Beveland. Inmiddels krijg ik hierbij hulp van een groepje vrijwilligers want ik ging bijna ten onder aan mijn eigen succes.
Op het eiland Tholen zijn, sinds ze daar 50 jaar geleden ‘uitgestorven' waren, steenuilen vanuit West-Brabant teruggekeerd. Op Walcheren, waar nu al 18 jaar lang nog steeds maar één paartje op de grens met Zuid-Beveland broedt, komt er meer aandacht om nestkasten te (ver)plaatsen naar geschikte boerenerven.
Hoe een geschikt steenuilerf eruit moet zien kan je lezen op onze site: zeeuwssteenuilfonds.nl Hier kan je ook lezen hoe je het steenuilbeschermingsproject financieel kan steunen. Denk je te beschikken over zo'n geschikt erf op Walcheren of Zuid-Beveland dan komen we kijken en indien geschikt plaatsen we gratis een nestkast, die we ieder jaar komen controleren. Heb jezelf al een nestkast geplaatst laat mij dat dan ook weten.
Meld je daarvoor aan bij mij peter@boelee.nl.
Om te zien wat er in de steenuilnestkasten tijdens het broedseizoen gebeurt kijk je op nestkastlive.nl of beleefdelente.nl.
Foto: Monique van Kootwijk