Gethsémané

En zij kwamen in een plaats welker naam was Gethsémané; en Hij zei tot Zijn discipelen: ‘Zit hier neder, totdat ik gebeden zal hebben.’
Markus 14:32

Jezus brengt na de Paasmaaltijd Zijn discipelen (leerlingen) door de donkere nacht naar Gethsémané.
De meesten moeten bij de ingang van de tuin die ten oosten van Jeruzalem, aan de westelijke helling van de Olijfberg ligt, op Hem wachten.
Drie van hen mogen mee, verder de tuin in.
Jezus raakt ontsteld en zeer angstig.
Hij vraagt het drietal om te waken en te bidden.
Op een steenworp afstand valt Jezus op de grond.
Hij bidt vurig tot Zijn Vader of het bittere lijden dat Hem wacht – de toorn van God en de verschrikkelijke kruisdood - overgeslagen kan worden.
Hij zegt tegelijkertijd dat Hij Zich onderwerpt aan Gods wil.
Als Jezus terugkomt bij de leerlingen, blijken zij diep te slapen.
Dit gebeurt tot drie keer toe.
Jezus moet Zijn strijd alléén strijden.
Geen mens kan Hem daarbij helpen.
Hij betaalt met Zijn dood het eeuwige leven.
Jezus vraagt geen medelijden, maar overgave.