
Een badkuip
We kunnen het ons nauwelijks voorstellen, maar ooit was water schaars.
Dat je minutenlang onder een sproeikop stond waaruit water kwam, konden
mijn opa en oma nauwelijks begrijpen. Nog afgezien daarvan zouden ze het
waarschijnlijk als een kostbare verspilling van water hebben gezien en
een nutteloze bezigheid. Je lichaam wassen deed je tenslotte met behulp
van een paar doeken en een kom gevuld met water.
bijna zestig jaar geleden woonden wij in de Piccardtstraat in Goes.
Beneden had je de keuken, en twee woonkamers, elk met een kolenkachel.
Boven had je drie slaapkamers, een voor mijn ouders en twee kleinere
kamers waarvan ik er een met mijn oudere broer deelde. Mijn jongste
broer had een eigen kamertje. Een badkamer hadden we niet. Iedere week op vrijdagavond - zette mijn moeder water op het vuur dat in een zinken
teil werd gestort. Die teil was ons bad. In de winter stond hij voor de
kachel in de keuken, in de zomer in de onverwarmde bijkeuken waar mijn
moeder de was liet drogen. Eén voor één gingen we in bad. Eerst mijn
ouders en daarna was het onze beurt. Voordat we in de teil mochten
stappen, werden we flink ingezeept. Het water zou immers al te vies
worden van alle vuiligheid die zich in de loop van de week op je lichaam
had vastgezet. Eenmaal uit de teil, deed je schoon ondergoed aan en werd
je in andere kleren gehesen. Een zalig gevoel, je voelde je herboren.
Doordeweeks waste je je met een washandje bij de kraan in de keuken.
Shampoo hadden we niet. Tandpasta natuurlijk wel en iedere avond moesten
we minutenlang onze tanden en kiezen ‘schuren', zoals mijn moeder dat
noemde. Niet dat dit overigens bij mij veel heeft geholpen heeft, want
mijn gebit kostte de tandarts altijd weer het nodige werk.
In 1968 verhuisden we naar een veel grotere woning aan de Lindenstraat
in Goes-Zuid. Ik kon mijn geluk niet op, toen ik zag dat ons
spiksplinternieuwe huis over een badkamer beschikte, compleet met
douche, wastafel, WC en badkuip. Wat een ongekende luxe! Voortaan iedere
vrijdag in de badkuip liggend, draaiend aan kranen waar zowel koud als
warm water uit kwam. En het teiltje? Dat kreeg een andere bestemming. In
de zomermaanden werd het met water gevuld, om er scheepjes in te laten
varen. Of om met de duikbril te oefenen. Weggegooid werd er nauwelijks
iets.
