Wie is Jezus toch?

Deze zal groot zijn en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden
(Lukas 1: 32).

Het is waar: er zijn verschillende christelijke kerken in onze dorpen.
Kerken met eigen accenten en gebruiken.
Over deze zaken zijn alle christenen het eens: Jezus is de Verlosser van zondaren.
Hij is groot;
Hij is de Zoon van God.
De eerste vijf eeuwen van de christelijke jaartelling zijn daar veel vragen over gesteld.
Hoe kón Jezus de Zoon van God zijn? Mensen zagen niet meer dan een mens voor zich… Toch kon je met evenveel recht zeggen dat ze God voor zich zagen.
Gregorius van Nazianze - hij zou nu in Turkije wonen - drukte het kort en duidelijk uit: Hij bleef wie hij was (God) en Hij werd wat hij niet was (mens).
Wij allemaal hebben een menselijke natuur, maar Hij had zowel een menselijke als een goddelijke natuur in Zich.
Daardoor wist Hij alles vooraf en kon Hij alles doen.
Hij wist vooraf dat men Hem zou kruisigen en liet het gebeuren.
Hij kon genezingswonderen verrichten en tartte de materie toen Hij over water liep.
Kom en loof Hem samen met ons.