7 juni 2021

“Ik ben geen waterrat. Het is leuk om te zwemmen, maar ik heb geen kieuwen.”

Deze week vertelt Jan Eertink onder meer over zijn carrière als vrijwilliger bij zwemvereniging De Bevelanders en COM Zeeland.

 

Jan is al zijn hele leven actief in de weer. De Kapellenaar is onlangs gedecoreerd onder anderen voor zijn verdiensten als vrijwilliger bij zwemvereniging De Bevelanders. Stilzitten is voor hem nooit een optie geweest. Zo was hij jarenlang marinier en heeft hij veertig jaar bij de politie gewerkt. Nu is hij voorzitter bij Contact Oud Mariniers Zeeland en hobbykok bij de Culinaire Gilde Zeeland.

 

Waarom heeft u zich in 1986 aangemeld als vrijwilliger bij zwemvereniging De Bevelanders?

“Toentertijd heette het nog zwemvereniging Kapelle. Ik ben erin geraakt door mijn kinderen. De oudste was zes jaar en die ging naar zwemles. Na het behalen van zijn zwemdiploma’s stroomde hij door naar het wedstrijdzwemmen. Toen hij werd gevraagd voor de wedstrijdploeg hadden ze vrijwilligers nodig. Dat kwam neer op het begeleiden naar wedstrijden en meehelpen met trainingen. Dat beviel me wel en na een tijdje haalde ik mijn bevoegdheden als trainer en zwemleraar en al gauw heb ik ook een bestuurlijke rol op me genomen.”

 

Maar op een gegeven moment kwam u terecht bij de Koninklijke Nederlandse Zwembond?

“Op enig moment werd ik door de KNZB gevraagd voor een functie in de Bondsraad met als taak om te controleren of het beleid werd nageleefd en of procedures en reglementen correct werden uitgevoerd. Daarnaast wordt er gevraagd en ongevraagd advies gegeven aan bestuur en bondsbureau. Zelf zwemmen was niet zo voor mij weggelegd.”

 

Toch speelde het zwemmen wel een grote rol in uw leven?

“Zeker. Het is leuk om betrokken te zijn bij de breedtesport en topsport. Maar ik wil niet onverteld laten dat ik altijd steun en support heb gehad van mijn gezin. Ik stond twee avonden en een zaterdagochtend aan de badrand. Gelukkig heb ik van het thuisfront hiervoor alle ruime gekregen.”

 

Naast het zwemmen bent u ook betrokken bij COM Zeeland. Hoe is dat ontstaan?

“Als marinier ben ik in 1978 uit dienst gekomen. Ik had me toen meteen aangesloten bij de landelijke COM, maar ik was nooit heel actief betrokken. Dat is de laatste jaren heel geleidelijk ontstaan. Vorig jaar kwam de functie van voorzitter vacant. Ik heb me toen kandidaat gesteld met de restrictie dat ik eerst een jaar zou meedraaien in het bestuur als vicevoorzitter. En afgelopen ledenvergadering ben ik gekozen als nieuwe voorzitter.”

 

Was het uw droom vroeger om marinier te worden?

“Mijn streven was om naar de Zeevaartschool te gaan. Daar waren ze thuis alleen niet zo’n voorstander van. Het alternatief was de marine. Ik heb ruim zes jaar gediend als marinier. Hiervan heb ik 18 maanden op Aruba en bijna een jaar op Curaçao gediend. Daarnaast heb mogen varen aan boord van De Zeven Provinciën. Dit was de laatste kruiser van de Koninklijke Marine. Tussen deze plaatsingen door was ik bestuurder van een landingsvaartuig op Texel, want daar was de amfibische opleiding. Op Texel heb ik mijn vrouw leren kennen en omdat we vastigheid in onze relatie kregen, paste dat niet bij het vrije leven als marinier. Je bent vaak van huis en dat mag je een huiselijk gezin niet aandoen.”

 

Tegenwoordig bent u vrijwilliger bij de Hervormde Kerk in Kapelle. Wat is precies uw rol daar?

“Dat doe ik ook weer een aantal jaren. De kerk heeft een openstelling op woensdagmiddag en zaterdag en dan fungeer ik als gastheer. Ik verdiep mezelf in de geschiedenis van de kerk. Maar tevens de geestelijke symboliek van de kerk. Als er vragen zijn geef je daar uitleg bij. Je ontmoet veel mensen in de kerk. Ik probeer mijn verhaal als gastheer op een enthousiaste manier over te brengen.”

 

En daarnaast bent u ook nog één keer in de maand hobbykok?

“Ja, dat doe ik al een flink aantal jaren. In Heinkenszand heeft de Gilde een professionele keuken. We beginnen om 18.00 uur met koken en zo rond 20.30 uur gaan we aan tafel. We proberen om onszelf culinair uit te dagen. Je krijgt een receptuur en wij proberen er vaak een eigen twist aan te geven. Het is vaak uitproberen en dan hopen dat het lekker is. Ik zie het echt als een avondje uit. Meestal koken we uit de Franse keuken, maar soms ook iets thematisch. We zijn langzamerhand een groep vrienden geworden. Het is een zeer gemêleerd gezelschap.”

 

En alsof dat allemaal nog niet voldoende is, heeft u ook nog 40 jaar bij de politie gezeten toch?

“Ik ben hier in Kapelle begonnen bij de Rijkspolitie. Al vrij snel ben ik het recherchevak ingerold. Ik heb me gespecialiseerd in financiële economische delicten. Fraude en corruptieonderzoeken. Dat was best omvangrijk. Zo was er een grote zaak rond een “platte” postbode in Goes die post van een bank achteroverdrukte en doorsluisde naar een criminele organisatie. Het was echt een baan waar je niet veel hectiek vond, maar wel veel researchwerk. Op de dag dat ik 65 werd ben ik met pensioen gegaan.”

 

 

Categorieën:

Meer nieuws

Bekijk alle nieuwsberichten